Wie schrijft die blijft

Soms zijn er van die momenten dat je iets hoort en je jezelf afvraagt of het wel klopt … zo zat ik laatst met een paar meiden aan tafel te lunchen en hadden we het erover dat het niet relaxed is wanneer je je totaal overbodig voelt als je met 2 anderen op stap bent, oftewel: ‘het 3e wiel aan de wagen zijn’. Natuurlijk had dit volgens het spreekwoord ‘het 5e wiel aan de wagen’ moeten zijn. Maar dat klinkt weer gek als het over slechts 3 personen gaat. Waarom kennen we zoveel spreekwoorden (er zijn er meer dan je denkt) en wat zijn de verschillen met een gezegde, zegswijze en een uitdrukking?


Allereerst moet ik vertellen dat ik een moeder heb die wel raad weet met dit item. Spreekwoorden werden bij ons thuis (en nog) met de paplepel ingegoten. Gevraagd en ongevraagd. Dus ik dacht bij het schrijven van deze blog; laat ik mijn moeder eens vragen of haar nog wat leuks te binnen schiet. Ik kreeg meteen terug: ‘1 zwaluw maakt nog geen zomer’ en ‘van de regen in de drup’. Letterlijk treffend, want in plaats van een mooie nazomer gingen we al een week helemaal op in herfstweer met storm en regen. Resultaat: een avond vol met spreekwoorden en gezegden via een rammelende familie groepsapp. Ze was het nog niet verleerd. En de rest van de familie deed lekker mee. ‘Na regen komt zonneschijn’ en zo is het precies. 
Onderaan deze blog zal ik de leukste en meest bijzondere spreekwoorden vermelden die ik kon vinden.

Wat?
Soms weet je niet goed hoe je iets moet zeggen. Een spreekwoord of gezegde is meestal kort en krachtig. Omdat ze vaak rijmen, onthoud je ze beter. Spreekwoorden zijn vaak ook grappig. Het is leuk om ze te gebruiken.

Veel dingen die we zeggen, bedoelen we letterlijk. Letterlijk taalgebruik betekent dat je precies zegt wat je bedoelt. Soms bedoelt iemand een zin niet letterlijk, maar figuurlijk. Dan zeg je iets, maar je bedoelt iets anders. Bijvoorbeeld: ‘De koe bij de hoorns vatten’ wil niet zeggen dat iemand letterlijk op een koe afstapt en deze vast grijpt. Het is hier een uitdrukking en betekent: een moeilijke/gevaarlijke onderneming op de juiste manier flink aanpakken. Spreekwoorden en uitdrukkingen zijn figuurlijk bedoeld. Veel spreekwoorden of uitdrukkingen zijn heel raar als je ze letterlijk neemt. ‘Boter op je hoofd hebben’. Er wordt niet bedoeld wat er staat. Hier wordt bedoeld: iemand iets verwijten, maar zelf ook schuldig zijn.

Spreekwoorden en uitdrukkingen zijn ook vaak vergelijkingen. Vaak komt het woordje ‘als’ erin voor. Bijvoorbeeld: ‘zo gek als een deur’, ‘zo plat als een dubbeltje’, ‘zo traag als een slak’. Bij zo’n vergelijking weet je vaak wel wat er bedoeld wordt. 


Waarom?
Spreekwoorden hoor je overal. Maar waarom gebruiken mensen spreekwoorden? Vaak is het omdat een spreekwoord mooier klinkt. Maar ook omdat het krachtiger klinkt. Je geeft extra nadruk aan wat je zegt. Let op het verschil tussen: ‘Hij rijdt hard’ en ‘Hij rijdt als een malle’. Bij de tweede zin krijg je de indruk dat hij rijdt als een bezetene, het geeft meer kracht.

Waarom bestaan er zoveel spreekwoorden en gezegden? Veel spreekwoorden en gezegden zijn heel oud, sommige wel honderden jaren. Veel andere dingen uit die tijd zijn allang vergeten. Dat zegt veel over de ‘kracht’ van spreekwoorden en hoe belangrijk ze voor de mensen zijn. Spreekwoorden en uitdrukkingen werden doorverteld door ouders aan kinderen en dat eeuwen lang. Er komen nog steeds nieuwe spreekwoorden en uitdrukkingen bij. Dat gebeurt soms als iemand een waarheid of waarschuwing op een leuke manier zegt. Andere mensen nemen dat dan over. Tegenwoordig is er televisie en internet. Daardoor worden uitspraken van mensen snel bekend.

Het is niet altijd heel duidelijk wat een spreekwoord of een uitdrukking betekent. Je kunt proberen om de betekenis te bedenken.

 

 

Wat is eigenlijk het verschil tussen een spreekwoord, een gezegde een zegswijze en een uitdrukking?
In het dagelijkse taalgebruik worden deze termen vaak door elkaar gebruikt. Hieronder geef ik je uitleg over de verschillen inclusief voorbeelden.


Spreekwoord
Een spreekwoord is een korte, krachtige uitspraak die een (volks)wijsheid, een collectieve ervaring of een morele opvatting weergeeft. Kortom: iets is nou eenmaal zo.

Kenmerkend voor een spreekwoord is de onveranderlijkheid van de formulering en de woordkeus. Een spreekwoord heeft altijd de vorm van een mededelingszin (het is bijvoorbeeld geen vraag) met de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd (als er een persoonsvorm aanwezig is).

Voorbeelden van spreekwoorden zijn:

  • ‘Na regen komt zonneschijn’ (Na een periode van tegenslag, komt er een betere tijd).
  • ‘Boontje komt om zijn loontje’ (Hij/zij krijgt wat hij verdiend).
  • ‘Spreken is zilver, zwijgen is goud’ (Het is goed om ergens niet over te praten).
  • ‘De beste stuurlui staan aan wal’ (Als iemand een karwei niet hoeft te doen en alleen maar toekijkt, denkt hij/zij vaak beter te weten hoe het moet worden aangepakt. Daarbij is het maar de vraag of hij/zij het écht beter zou kunnen).
  • ‘Alle beetjes helpen’ (Ook kleine dingen dragen bij aan het grote geheel).


Gezegde
Een gezegde is een vaste verbinding van woorden met een figuurlijke betekenis zonder werkwoord (nooit een complete zin). Bijvoorbeeld:

  • ‘met hart en ziel’ (met plezier en passie)
  • ‘een open deur’ (= verkorte versie van ‘een open deur intrappen’ -> iets doen wat niet nodig is of wat al gedaan is)
  • ‘een vrolijke frans’ (zeer opgewekt en blij zonder zorgen)
  • ‘met de hand op het hart’ (eerlijk en gemeend)


Zegswijze
Er bestaat ook nog een derde categorie: de zegswijzen. Deze kunnen wel een zin vormen (in tegenstelling tot gezegden), en het onderwerp en de werkwoordstijd kunnen aangepast worden (dit in tegenstelling tot spreekwoorden). Een zegswijze is bijvoorbeeld:

  • ‘Het loopt de spuigaten uit’, of in ‘aangepaste’ vorm: ‘Het lawaai liep de spuigaten uit’ (iets loopt uit de hand of wordt niet geaccepteerd).
  • ‘De antwoorden mag Joost mag weten’ (Je hebt geen flauw idee en je gaat je er ook niet in verdiepen).


Uitdrukking
Tenslotte wordt ook de uitdrukking veel gebruikt. Een uitdrukking is een vaste verbinding van woorden met een figuurlijke betekenis, bijvoorbeeld ‘iemand van haver tot gort kennen’. In de praktijk wordt een uitdrukking als een soort algemeen, overkoepelend begrip gebruikt voor alle vaste verbindingen met een figuurlijke betekenis. Nog meer voorbeelden:

  • ‘Er bekaaid vanaf komen’ (weinig krijgen in vergelijking met anderen).
  • ‘De beest uithangen’ (je losbandig gedragen/vreselijk misdragen).
  • ‘Je biezen pakken’ (er vandoor gaan).
  • ‘Aan de bak komen’ (de kans krijgen om iets te doen/de kans krijgen om te laten zien wat je kunt).

 

 

De leukste, meest bijzondere en/of gekke spreekwoorden

  • ‘Wie baas is, bakt koek’ (Een meerdere moet men zijn zin geven).
  • ‘Kleine potjes hebben grote oren’ (Kinderen horen veel).
  • ‘Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding’ (Wie zich mooi aankleedt, wordt daarmee zelf niet mooi).
  • ‘Hij spreekt potjeslatijn’ (onbegrijpelijk taal spreken).
  • ‘Ergens een kunstkop van krijgen’ (Je ergens aan ergeren).
  • ‘Wie ’s nachts uit vissen gaat, moet overdag zijn netten drogen’ (Als je teveel gedronken hebt, ben je de volgende dag niets waard).
  • ‘Staken de handen, zo staken de tanden’ (zonder werk geen eten).
  • ‘Hij heeft het ei met de kip gekregen’ (trouwen met een vrouw die al een kind heeft).
  • ‘Beter het hoofd in de regen, dan de voeten nat’ (beter het ongelijk meteen toegeven dan er omheen draaien en door de mand vallen).
  • ‘Die al te rap zijn beursje vult, is zelden zonder fout of schuld’ (Wie te snel rijk wil worden, is niet altijd even eerlijk).
  • ‘Hij is zo droog als banst’ (Hij is een saai persoon).
  • ‘Het is kermis in de hel’ (Het regent terwijl de zon schijnt).
  • ‘Wie om regen bidt, moet de modder voor lief nemen’ (Om het doel te bereiken, moeten ook de negatieve consequenties aanvaard worden).
  • ‘Een zondagssteek houdt geen week’ (Werk niet op zondag).
  • ‘Met een pot verf knap je een oude schuur op’ (Met de nodige make-up wordt een lelijke vrouw minder lelijk).
  • ‘Hij werkt zich de ballen uit de broek’ (Hij werkt zeer hard).
  • ‘Alleen een piepend wiel krijgt olie’ (Door zich opvallend te gedragen, krijgt men aandacht).
  • ‘Iemand naar de mokerhei wensen’ (Iemand ongeluk toewensen).
  • ‘Hij krimpt van de kou als een muis op sneeuw’ (Hij heeft het erg koud).
  • ‘Een klap van een lamme aap krijgen’ (beledigd worden).
  • ‘Dwazen en gekken schrijven op deuren en hekken’ (Je moet niet overal je naam op zetten).
  • ‘Veel beloven en weinig geven, doet een gek in vreugde leven’ (veel beloven, maar zijn beloften niet nakomen).
  • ‘Als man en vrouw tezamen kijven, moet men op een afstand blijven’ (Bemoei je niet met echtelijke ruzies).
  • ‘Vuur en liefde trekken sterk en beletten menig werk’ (Als je verliefd bent, vraagt dit alle aandacht en schopt je overige plannen vaak in de war).
  • ‘Je kan de richting van de wind niet veranderen, wel de afstand van de zeilen’ (Het resultaat van een situatie hangt af van je eigen aanpassingsvermogen).
  • ‘Een glas op z’n tijd houdt de mot uit de maag’ (Matig drinken is niet ongezond).
  • ‘Uit een olievat zal men geen wijn tappen’ (Van een slecht persoon moet men niet veel verwachten).
  • ‘Als de trein niet rijdt, kan hij ook niet te laat komen’ (Als je niets onderneemt, gaat er ook niets fout).
  • ‘Wie schrijft die blijft’ (1e betekenis: Wie zijn boekhouding goed bij houdt, die kan de zaak overzien. Maar wie dat niet doet, kan zijn bedrijf niet in stand houden. 2e betekenis: Wie schrijft, wordt niet vergeten).

Ik sluit af met een voor mij welbekende van mijn oma van 88 ‘Hussen met je neus ertussen’ (dit antwoord geeft ze altijd wanneer iemand te nieuwsgierig is, oftewel: ‘Dat gaat je niks aan’) 🙂

 

Wie schrijft die blijft

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *