Waarom is het spinnenweb, maar spinnewiel?

 

   

 

Linkerdeel = geen zelfstandig naamwoord

Is het eerste deel van de samenstelling geen zelfstandig naamwoord, maar bijvoorbeeld een werkwoord of bijvoeglijk naamwoord? Dan krijg je geen tussen-n.

  • knarsen + tanden = knarsetanden                
  • breken + been = brekebeen                        
  • spinnen + wiel = spinnewiel (let op: wel spinnenweb! zie uitleg hieronder)
  • wiegen + lied = wiegelied

 

Linkerdeel = wel zelfstandig naamwoord

Volgens het Groene Boekje krijgt een samenstelling meestal een tussen-n als het linkerdeel een zelfstandig naamwoord is. Is het dat niet, dan hoef je geen tussen-n te schrijven.

  • pan + koek = pannenkoek
  • pad + stoel = paddenstoel
  • wieg + dood = wiegendood
  • spin + web = spinnenweb

Geen tussen-n, alleen een -e

Wanneer krijg je alleen -e en geen tussen-n?

1. Het eerste deel heeft een meervoud dat kan eindigen op -en of -es:

  • aspergesoep (asperges)
  • hoogteverschil (hoogten, maar ook hoogtes)
  • gedachtegang (gedachten, maar ook gedachtes)
 
2. Het eerste deel heeft helemaal geen meervoud of het wordt niet vaak gebruikt:
  • rijstebrij
  • benzinepomp
  • tarwebloem
  • hittegolf
  • hellevuur


Uitzonderingen

De uitzondering bevestigt de regel, toch? Ook bij de tussen-n bestaan een paar uitzonderingen. En dat is precies wat de regel zo ingewikkeld maakt. Dit zijn de belangrijkste uitzonderingen op de hoofdregel.

1. Het linkerdeel verwijst naar een persoon of zaak die uniek is (in die betekenis):

  • zonnestraal
  • maneschijn
  • Koninginnedag (tegenwoordig Koningsdag, maar iedereen kan het zich vast nog herinneren)

2. Het linkerdeel versterkt het woord en het geheel is een bijvoeglijk naamwoord:

  • beresterk
  • apetrots
  • boordevol
  • stekeblind

Bij deze uitzonderingen gebruik je alleen de tussenletter -e.


Woorden die niet meedoen

Hoe zit het dan met bijvoorbeeld het woord apelazarus, ruggespraak of grotendeels? Deze woorden vallen helemaal buiten de regel.

1. De afzonderlijke delen zijn nauwelijks herkenbaar (versteende uitdrukking):

  • apelazarus
  • bullebak
  • jokkebrok
  • ruggespraak
  • bolleboos
  • schattebout
  • (het regent) pijpestelen

2. Het linkerdeel van de samenstelling eindigt al op -en:

  • havengebied
  • grotendeels
  • bovenraam
  • aardbeienijs
  • keukentafel
  • tegenstem

3. Woorden die een afleiding zijn, oftewel woorden met een achtervoegsel 

  • zonder -n: grenzeloos, besluiteloos, zwakkeling, kerkelijk, hopelijk, lenteachtig, beurtelings, landelijk
  • met -n: vorstendom, heldendom, schuldenloos, ideeënloos, wezenloos

Let op: er is een verschil tussen schuldeloos (onschuldig) en schuldenloos (zonder schulden)! Dat geldt voor alle woorden op -loos als sterke nadruk ligt op het meervoud van het eerste deel: De club stond puntenloos onderaan. En zie ook het verschil tussen grenzeloos optimistisch (oneindig) en grenzenloos (zonder grenzen).

4. De tussenklank is een oude naamvalsuitgang:

  • ’s anderendaags
  • grotendeels
  • ingebrekestelling

 

 

Waarom is het spinnenweb, maar spinnewiel?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *