Hoe maak je een goed verslag?


Het maken van een werkstuk, scriptie of een vergelijkbaar verslag is meestal een behoorlijke klus. Onderstaand tref je alle ingrediënten voor het maken van een goed verslag. 


Onderwerp

Ga op zoek naar een (origineel) onderwerp waarin je zelf geïnteresseerd bent. Dit werkt echt het beste. Wanneer je interesse hebt in een onderwerp, vind je het ook leuk om er van alles over te weten te komen en breng je enthousiaster al je informatie over. Zelfs als je vooraf denkt dat het niet leuk is om te doen. Je zal je hier nog over verbazen.

 

Mindmap

Ga met jezelf (of met anderen, wanneer het een gezamenlijk verslag betreft) brainstormen en maak een mindmap. ‘Mindmapping’ is een methode waarmee je je gedachten kunt ordenen en visueel in kaart kunt brengen. Ik doe dit zelf regelmatig. Pak een groot vel papier en schrijf op wat je allemaal te binnen schiet over je gekozen onderwerp. Door het maken van een mindmap krijg je toegang tot allerlei creatieve ideeën. Alles kan en niets is gek. Zo kom je aan voldoende sleutelwoorden voor jouw werkstuk.

 

 

 

Info

Zoek naar nuttige informatie in de bibliotheek, kranten, tijdschriften, (studie)boeken en op internet. Noteer altijd welke bronnen je geraadpleegd hebt, zodat je deze later kunt vermelden onder de ‘bronvermelding’ van je verslag. Vertel altijd de gevonden informatie na in je eigen woorden. Je moet het tenslotte zelf doen en het geeft een eigen stijl aan jouw verslag. Het is jouw verslag waar je misschien wel met bloed, zweet en tranen aan gewerkt hebt. Het geeft voldoening als je het op je eigen manier doet.

 

Wat is een juiste indeling voor je verslag?


voorkant
titel, je naam, datum, betreffende vak waarvoor het werkstuk wordt gemaakt, leerling- of 
studentnummer;

inhoudsopgave
voor het benoemen van alle onderdelen van inleiding tot bronvermelding;

voorwoord 
kort verhaaltje, wordt meestal achteraf geschreven
Je kan bijvoorbeeld benoemen waarom je het werkstuk hebt gemaakt en/of iemand bedanken die je heeft geholpen;

inleiding
opbouw van je werkstuk: probleemstelling, deelvragen, samenvatting en conclusie
Wat is je probleemstelling en hoe heb je deze onderzocht? Benoem stuk voor stuk de deelvragen van je onderzoek en vertel in welke hoofdstukken je deze gaat benoemen. Tenslotte geef je aan dat er een samenvatting en een conclusie volgen, waarin je antwoord zal geven op de hoofdvraag en de deelvragen van je onderzoek. De inleiding schrijf je pas als het werkstuk helemaal af is;

hoofdstukken
per deelvraag 1 hoofdstuk, eventueel in paragrafen indelen
Zet de hoofdstukken in volgorde van onderzoek, zodat ze een logische opbouw vormen naar de samenvattingen conclusie. Bedenk per hoofdstuk een titel of  gebruik een deelvraag als titel voor je hoofdstuk;

samenvatting
opsomming van probleemstelling, deelvragen en de antwoorden op de deelvragen
In een kleiner werkstuk kan je de samenvatting opnemen in de conclusie. Het antwoord op de hoofdvraag volgt altijd in de conclusie;

conclusie
een duidelijk antwoord op je probleemstelling
Soms bestaat het antwoord slechts uit een paar zinnen, soms is het antwoord veel langer;

nawoord
kort en bondig
Als je geen voorwoord hebt opgenomen in je werkstuk, kies je voor een nawoord; 

bronvermelding
bibliografie (bronnen welke je gelezen en bestudeerd hebt, denk ook aan een interview) in alfabetische volgorde op achternaam van de auteur;

verwijzingen
door middel van citaten of verslag geven van wat een auteur in een bron weergeeft
Wanneer je iemand citeert (letterlijk overneemt wat iemand zegt) zet je de betreffende tekst altijd tussen aanhalingstekens. Daarachter kan je tussen haakjes de naam van de auteur zetten samen met het jaar van uitgave van de bron en het paginanummer. Je zou in plaats van de bronvermelding een voetnoot kunnen plaatsen. Dit is een tekentje onderaan de pagina waarop ook het citaat vermeld staat. Dit zou de leesbaarheid van je tekst kunnen verbeteren.


Tips voor je lay-out

Wist je dat gemiddeld 20% van de beoordeling van je verslag wordt bepaald door je lay-out en taalgebruik? Heel erg belangrijk dus. Een verslag dat er netjes en rustig uit ziet, is in het voordeel voor je te behalen cijfer. Gebruik geen overdreven moeilijk taalgebruik. Probeer alle informatie in je eigen woorden te omschrijven, zo geef jij als auteur jouw eigen (misschien wel herkenbare) touch aan je werkstuk. Hoe leuk is dat?


Voorblad

Ontwerp een origineel voorblad met een pakkende titel. Het voorblad is de eerste indruk van je verslag. Vergelijk het met liefde op het eerste gezicht. Je zal het zeker met de inhoud moeten zeggen, maar een mooie eerste indruk loont de moeite.

Onderstaand voorblad heb ik gemaakt voor de scriptie van een studente van de HBO opleiding Media en Entertainment Management. Het ging hier om een onderzoek naar de behoeften van (probleem)jongeren in Rotterdam ten behoeve van het volgen van een mediacursus.

 

 

 


Lettertype

Zorg voor een rustige lay-out. Kies een lettertype dat duidelijk leesbaar is voor zowel een geprint als een digitaal in te leveren verslag. Let erop dat het er visueel allemaal hetzelfde uit ziet. Kopjes allemaal in hetzelfde lettertype en kleur.  Gebruik het liefst niet meer dan 3 verschillende lettertypen in je hele verslag. In drukwerk wordt meestal lettergrootte 10 of 11 gebruikt. Voor een beeldscherm is 12 of 14 beter leesbaar. Per lettertype kan de grootte verschillend uitpakken. Gebruik een schreefloze letter (letter zonder dunne dwarsstreepjes) voor een modern verslag.


Regelafstand

Zorg voor een fijne regelafstand. Iets meer afstand tussen de regels verhoogt het leesgemak en ziet er ook nog eens rustig en netjes uit.


Alinea’s

De informatie in je werkstuk kan door de lezer veel gemakkelijker verwerkt worden als je alinea’s maakt. Begin elke nieuwe alinea op een nieuwe regel met een witregel ertussen. Laat een alinea het liefst niet meer dan 6 of 7 zinnen tellen, maar maak de alinea’s ook weer niet te kort. Tussen de 5-8 regels is een goed gemiddelde. 


Kleur

Het is verstandig om maximaal 2 kleuren te gebruiken in je verslag. Voor meer kleuraccenten zou je binnen een kleurgroep kunnen variëren door een lichte en donkere versie van een kleur te gebruiken. Voor de standaardtekst wordt meestal gekozen voor zwart op een witte achtergrond. Je zou ook grijs of donkerblauw kunnen gebruiken.


Afbeeldingen

Het is de kunst een mooie verdeling te vinden in goede teksten afgewisseld met de juiste plaatjes. Afbeeldingen zeggen soms meer dan 1000 woorden, maar ze moeten goed gekozen zijn, passend bij het (deel)onderwerp.

 

Ik hoop je hiermee op weg te hebben geholpen en wens je heel veel succes met het maken van je verslag. Naast alle bovengenoemde tips, is het gebruik van correcte spelling en grammatica ook iets waar je verslag op wordt afgerekend. Wanneer je je werkstuk in Word maakt, kan je de automatische spellingcorrectie aanzetten. Dan blijft de grammatica over. Maar je kunt natuurlijk ook Taaljuf inschakelen, ik help je graag met het redigeren van je werkstuk en kan ook een mooi, origineel voorblad voor je verzorgen.

 

Hoe maak je een goed verslag?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *