Hoe is het eigenlijk gesteld met onze taalvaardigheid?

 

Afgelopen week is meerdere malen in het nieuws geweest dat de taalvaardigheid van scholieren en studenten van een bedroevend niveau is. Hoe kan dat?

 

 

En wat is daaraan te doen? Taaljuf zocht het een en ander voor je uit.

 

Niveau gebruik van de Nederlandse taal laat te wensen over 

Een schrikbarend aantal kinderen en jongeren (tot 18 jaar) verlaat het onderwijs zonder het vereiste taalniveau te beheersen. Het gaat hierbij om ruim 10% van groep 8-leerlingen, 9-19% van vmbo-leerlingen, 36% van mbo-2 en 15% van mbo-3-leerlingen. Tenminste 1 op de 10 kinderen loopt daarmee risico om als laaggeletterde volwassene de maatschappij en de arbeidsmarkt te betreden. Dat blijkt uit onderzoek dat Ecbo in opdracht van Stichting Lezen & Schrijven heeft uitgevoerd. Onderzocht is waar preventie zich op moet richten om te voorkomen dat kinderen en jongeren met een taalachterstand de laaggeletterden van de toekomst worden.

Momenteel hebben circa 1,9 miljoen 16-plussers moeite met lezen en schrijven. Een aantal dat blijft toenemen. Dit onderzoek bevestigt het belang van preventie om deze groei te stoppen. Zonder preventie loopt 1 op de 10 kinderen risico op laaggeletterdheid. Preventie moet zich richten op factoren die verbonden zijn aan taalachterstand, zoals mondelinge taalkennis en woordenschat, leeshouding en motivatie van het kind en de kwaliteit van het onderwijs en de docent. Ook de houding van ouders ten opzichte van lezen en de interactie die zij hebben met hun kind vraagt aandacht.

 

Basisonderwijs

In groep 1 en 2 wordt er al geoefend met de voorbereiding voor het leren lezen. Een begin wordt gemaakt met het aanbieden van de ‘losse’ letters van het alfabet. Op de school van mijn kinderen krijgt elke dag een leerling ‘het letterkoffertje’ mee naar huis. Hiermee wordt spelenderwijs een begin gemaakt met het leren van taal en opbouw van de woordenschat.

Een periode lang zit er een kaartje in de koffer waar een letter op staat. Het kind dat het koffertje mee naar huis mag nemen, moet thuis een voorwerp in het koffertje stoppen dat begint met de desbetreffende letter. De volgende ochtend in de klas heeft het kind het letterkoffertje op schoot en mag er door zijn/haar klasgenootjes geraden worden welk woord (voorwerp) er in het koffertje verstopt zit. Er mag door 3 kinderen beurtelings geraden worden wat er in zit. Na het openen van de koffer wordt het voorwerp op een speciaal ingerichte lettertafel neergelegd en wordt de lege koffer doorgegeven aan een ander klasgenootje. Kinderen zijn erg enthousiast als ze het koffertje mee naar huis mogen nemen. 

 

 

In de loop van groep 3 en 4 gaat het leestempo een belangrijke rol spelen. Blijft dit achter, dan wordt ouders vaak gevraagd specifiek met hun kind op snelheid te gaan oefenen. Oefening baart kunst en dat is met lezen zeker het geval. Hoe meer leeskilometers een kind maakt, hoe beter het zal gaan lezen. Natuurlijk moet een kind allereerst begrijpen wat hij leest, anders heeft het lezen niet zo veel zin.

Het tempo lijkt misschien niet zo belangrijk. Echter kinderen die te langzaam lezen, komen in een hogere groep in de problemen. Niet alleen bij lezen, maar bij alle vakken. Denk maar aan aardrijkskunde, geschiedenis en ook rekenen. Kinderen moet heel veel lezen om de stof tot zich te nemen. Wie te veel tijd kwijt is met lezen, houdt te weinig tijd over om te leren of na te denken over de opgave. Niet voor niets blijft tempo-lezen dus ook in de bovenbouw continu een punt van aandacht.

 

Lezen, lezen en nog eens lezen

Taalachterstand kan mede veroorzaakt worden, doordat kinderen te weinig (boeken) lezen. In de bibliotheek, in de boekenwinkel of op rommelmarkten zijn er allerlei leuke boeken te verkrijgen voor kinderen op verschillende niveaus over allerlei leuke onderwerpen. 

Motivatie is de belangrijkste factor voor succes. Wanneer een kind geïnteresseerd is in een onderwerp of verhaal, zal het sneller en steeds meer begrijpender gaan lezen. De motivatie om te lezen, maar zeker ook om sneller te leren lezen, is belangrijk. Leg uit waaróm het belangrijk is dat je kind wat sneller leert lezen. Wijs niet alleen op de schoolse aspecten, maar zoek ook voordelen die direct aanspreken: “Als je sneller kunt lezen, kan je de ondertiteling lezen bij die film. Die wilde je toch zo graag zien?” Is jouw kind fan van Donald Duck? Neem een abonnement op de Donald Duck; lezen is lezen.

Herhaald lezen is een goede methode om het leestempo op te krikken: enkele dagen achter elkaar dezelfde tekst laten lezen en bijhouden hoe lang je kind erover doet. Gecombineerd met een beloningsstysteem (stickers, lievelingseten koken, wat langer opblijven) is dit voor veel kinderen een effectieve methode. Lees samen in een vlot tempo. Je kunt de tekst samen met je kind hardop lezen en er als ouder voor zorgen dat het tempo wat hoger ligt dan het normale leestempo van je kind. Zo ‘sleur’ je je kind mee.

 

Pubers & social media

In de pubertijd komen er diverse (andere) interesses om de hoek kijken bij kinderen, zoals sporten, muziek, vriendjes en vriendinnetjes, etc.

 

 

Als kinderen doorstromen naar het voortgezet onderwijs, komen ze dikwijls (meer) in aanraking met social media. Het effect van sociale media op taal is lastig te toetsen, omdat sociale media te veranderlijk zijn om goed te kunnen onderzoeken. Wel worden er regelmatig afkortingen gebruikt in de ‘schrijftaal’ vanuit voornamelijk de spreektaal. Hieronder wat voorbeelden van hoe onze taal verandert door o.a. de jeugd bij gebruik van social media.

 

   afkorting       betekenis
   fb    Facebook
   idd    inderdaad
   ieder1    iedereen
   hvj    hou van je
   jwz    je weet zelf
   k    oké
   lm    laat maar
   strx    straks
   w8    wacht
  wss    waarschijnlijk   

 

Zeker in deze leeftijd is het voor de ontwikkeling van kinderen goed om te blijven lezen. Je blijft jezelf en je taalvaardigheid hierdoor ontwikkelen.

 

Studenten

Havo- en vwo diploma’s bieden toegang tot de hogeschool of universiteit. Iedereen die de juiste opleiding met het goede profiel heeft, moet er worden toegelaten. Maar beheersen studenten het Nederlands voldoende? “Docenten klagen”, zegt Anna Bosman, hoogleraar dynamiek van leren en ontwikkeling aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. “Studenten schrijven slechte zinnen.” Vooral bij spelling is de toestand volgens haar “hopeloos”.

Janneke Kelter, coördinator aan het taalexpertisecentrum van de Haagse Hogeschool, beaamt dat: “De instromers van havo en vwo hebben niet altijd de vaardigheden die zij zouden moeten hebben op grond van de middelbare schooldiploma’s”, zegt ze. “Bij de taaltoets heeft 80 % niet het gewenste startniveau.” Voor taaltoetsen aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) zakt 20 % van de eerstejaars.

Bij zo’n 50 tot 60 % van de scripties en tentamens schort het aan het Nederlands.

De achterstand begint al op de basisschool. Volgens een wetenschappelijk onderzoek uit 2013 is tweederde van de leerlingen na de basisschool niet in staat een simpele boodschap schriftelijk over te brengen. In 2010 constateerde de Onderwijsinspectie dat de schrijflessen aan de basisschool van onvoldoende kwaliteit zijn. Ook op de middelbare school krijgt schrijfvaardigheid weinig aandacht. Het onderdeel is geschrapt voor het centraal examen Nederlands. En er is een langdurig tekort aan leraren Nederlands, zodat er regelmatig onbevoegden voor de klas staan. Daarbij komt dat het percentage scholieren dat naar het hoger onderwijs gaat, groeit. Steeds meer leerlingen komen uit gezinnen waar niet zo veel Nederlands wordt gesproken.

 

Taalproblemen

Taalproblemen kunnen zelf heel veel andere problemen veroorzaken. Het is daarbij niet altijd duidelijk wat de oorzaak is en wat daar de gevolgen van zijn. Er kan sprake zijn van een achterstand in de verstandelijke ontwikkeling, een lichamelijke klacht (bijvoorbeeld wanneer een kind tussen 0-5 jaar aan vaak terugkerende oorontstekingen lijdt) of een probleem bij een van de spraakorganen zoals de tong, mond, lippen of stembanden. Maar er kunnen ook problemen zijn bij het taalaanbod uit de omgeving. Wanneer er bijvoorbeeld weinig met een kind wordt gesproken, zal de taalontwikkeling mogelijk vertraging oplopen.

Er zijn diverse vormen van spraak – en taalstoornissen zoals: afwijkende mondgewoonten (duimzuigen, infantiele slikgewoonte, stoornissen ten gevolge van schisis: een lip-, kaak-, en/of verhemeltespleet), articulatiestoornissen, stotteren, afasie, stemstoornissen, slechthorendheid en doofheid, dysfasie, autisme, dyslexie, beelddenken, etc.

Taalproblemen worden vaak op jonge leeftijd al ontdekt. Denk hierbij aan het consultatiebureau, kinderdagverblijf en peuterspeelzaal voor kinderen tot 4 jaar. Maar zeker op de basisschool in groep 1/2 zal een taalprobleem niet onopgemerkt blijven. Er kan in kleine groepjes ‘gewerkt’ worden om het taalniveau wat beter te krijgen ter voorbereiding op de overgang naar groep 3. Er kan 1 op 1 begeleiding aangevraagd worden. Ook kan er doorverwezen worden naar een logopedist. 

Op diverse locaties in het land zijn er Nederlandse taalcursussen voor lezen en schrijven te volgen voor het bijspijkeren van je taalvaardigheid, voor zowel scholieren, studenten als allochtonen, werkzoekenden, ouderen, kortom: voor iedereen die daar behoefte aan heeft. Er is onderzoek gedaan naar taalscholing. Het maakt je niet alleen taalvaardiger, maar ook gelukkiger, zelfredzamer en sociaal actiever. 

 

Tips

Begin op hele jonge leeftijd al met voorlezen, plaatjes benoemen en liedjes zingen. Ook al kan een baby niet praten, het kan al wel wennen aan de klanken van de taal en zal zich steeds beter gaan ontwikkelen. Hele jonge kinderen kunnen al plaatjes, woorden en liedjes herkennen. Hiermee vergoot je de woordenschat van je kind en stimuleer je een kind met taal bezig te zijn.

Taalspelletjes zijn leuk èn leerzaam tegelijk. Kleuters en oudere kinderen zijn vaak helemaal weg van spelletjes. Denk aan memory, scrabble, rijmen, zoveel mogelijk woorden die beginnen met de letter …, samen zinnen maken, zelf verhalen verzinnen bij een boek waarin alleen afbeeldingen staan, woordslang, galgje, woordenboekspel, doorgeefverhaal, koop een aantal letters die je op de douchewand kan plakken om te oefenen of lettervormpjes waarmee je (zand)taartjes kunt maken, etc.

 

 

Lees samen met je kind een boekje: eerst jij een pagina, dan je kind een pagina; of eerst jij een zin, dan je kind een zin. ‘Meelezen’ met de vinger is voor veel kinderen die moeite hebben met lezen een grote steun. Hetzelfde geldt voor gebruik van een bladwijzer die de tekst afdekt onder of juist boven de regel (veel kinderen willen weten wat er komt en dekken liever de al gelezen tekst af). Probeer eens uit of je kind makkelijker leest als hij de woorden aanwijst. Je kunt overigens ook zelf de woorden aanwijzen om een wat hoger leestempo af te dwingen. Doe dat met een pen, potlood of liniaal en wijs bovenlangs aan, zodat je niet in het gezichtsveld van je kind zit.

Laat je kind eens lezen op een tablet of een e-reader, als je die hebt. Sommige kinderen vinden dit prettiger (of leuker) dan lezen in een boek, mede omdat lettergrootte en verlichting naar eigen voorkeur zijn aan te passen.

Stichting Lezen & Schrijven ondersteunt ook de preventie van laaggeletterdheid. Voor ouders met kinderen in de leeftijd van 2 tot 12 jaar is het programma ‘Taal voor Thuis’ beschikbaar. Dit betreft een cursus voor ouders van peuters, kleuters en kinderen op de basisschool en bestaat uit 20 bijeenkomsten. De cursus heeft als doel ouders te leren de taalvaardigheid van hun kind te stimuleren door middel van oefeningen met taalspelletjes en het stellen van vragen.

 

 

Taaljuf gaat je de komende weken helpen jouw Nederlandse taalvaardigheid op te frissen met verschillende taaltips.

 

 

Hoe is het eigenlijk gesteld met onze taalvaardigheid?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *